Hoe groeit de asperge?

Het bioritme van de asperge versnelt!
Zoals bij veel gewassen staat ook bij de witte asperge zaad aan de basis van de plant. Rond half maart kan er gezaaid worden. Dit gebeurt machinaal. Er gaan plantjes groeien. Het jaar daarop begint het nog preciezere werk. Begin april worden de planten eerst gerooid en vervolgens keurig uitgezet in geulen, waarna de zo karakteristieke heuveltjes worden opgeploegd. Deze 'bedden' zijn de aangedrukte grond waarin de asperges een paar maanden kunnen opgroeien, voordat ze met hun kop boven de aarde uitkomen. Er kan al voorzichtig een begin worden gemaakt met de oogst. Maar pas vanaf het vierde jaar is er volop oogsttijd. En die duurt zo'n 7 tot 10 jaar. Daarna is de grond voor de aspergeteelt afgedaan. 'Te moe', zeggen de telers.

Hoe warmer, hoe sneller
Als eind maart de zon de aarde met de wortelknoppen van de asperges voldoende opwarmt (10°C), kunnen de stengels gaan uitlopen. Hoe warmer het in 'het bed' wordt, hoe sneller de asperges groeien. Soms wel 10 cm per dag, als de temperatuur boven 25 graden komt. Als er een barstje in de aarde komt, moeten de asperges gestoken worden. Vaak is dat 's ochtends vroeg. Dan wekt het zonlicht hen en willen ze het liefst met hun kopjes uit de grond. Ze zouden dan (groen) kleuren en dat past niet bij witte asperges. Vanaf half april t/m de dag van St. Jan (24 juni) kan er in de open lucht geoogst worden. Daarna is het officiële seizoen voorbij. De stengels groeien nu boven hun bed uit. Uiteindelijk sterven ze af. De wortels die onder de grond zitten overwinteren hier en zijn zo tegen alle weersinvloeden bestand.

Steeds vroegere stengels
Door toepassing van verschillende technieken, zijn er al asperges te koop voordat het eigenlijke seizoen is begonnen. Er wordt bijvoorbeeld anti-condensfolie gebruikt die over de bedden wordt gedrapeerd bij het opploegen. Hierdoor is de aspergeoogst 14 dagen eerder. Maar er zijn hulpmiddelen die zorgen voor een nog vroegere oogst. Het gebruik van zwarte, niet licht doorlatende folie - die al begin maart over de bedden wordt gelegd - geeft een oogstversnelling van een maand. Zeker in combinatie met grondverwarming. En het kan nog eerder. Door het telen in kassen en het gebruik maken van onder- en bovengrondse verwarming, zien we al volwaardige asperges opduiken in december!

Groene asperges
Naast de befaamde witte asperges, zijn er ook groene soortgenoten. En al liggen ook deze steeds vaker in de groenteschappen, bij ons zijn ze toch minder aanwezig dan in sommige andere landen. Terwijl de witte stengels onder de grond groot worden, groeien de groene alleen bovengronds. Ook hoeven bij deze soort geen bedden te worden opgeploegd. De groene kleur krijgen ze, zoals alle planten die bovenaards opgroeien, onder invloed van het zonlicht. Evenals de witte asperges zijn ook de groene exemplaren voorzien van een veelheid aan voedingsstoffen en dus heel gezond. Er zit zelfs nog wat meer vitamine C en caroteen in als bij de witte. Ook de smaak is anders. Maar welke het lekkerste is, blijft natuurlijk iets heel persoonlijks.

Er gaat niets boven een goed opgemaakt bed
De aarden heuveltjes die u in het voorjaar overal in aspergegebied ziet, zijn de zogeheten 'bedden'. Ze zijn keurig netjes over de aspergeplanten heengeploegd en zijn zo'n 30 cm hoog. Het maken van deze oogstbedden is een secuur werkje. Door de bouw van deze heuveltjes kunnen de asperges gemakkelijker groeien en beter worden afgestoken. Er zijn wel wat eisen aan die aarden walletjes. Ze moeten vooral een beetje losse structuur hebben, waardoor de stengels mooi recht naar boven kunnen. Zandgronden of gronden waar wat zand inzit ('zavelig') zijn het beste. In de heuveltjes is het pikkedonker. Zo lang de asperges hierin opgroeien blijven ze roomwit. Zodra ze met hun kopjes naar buiten komen, verschijnen ze in het zonlicht en gaat de kleur veranderen. Voordat dit gebeurt moeten ze daarom snel worden geoogst.

Niet steke(n)blind
Ook dit oogsten is een kunst apart. Als 'Hare majesteit' probeert om boven de grond uit te komen, scheurt de aarde. Dit is het moment voor de steker om direct in actie te komen. Met twee vingers graaft ie een sleufje van 10 à 15 cm rondom de asperge. Deze komt dan 'bloot' te liggen. Met een snelle steek wordt met een speciaal mes de stengel afgesneden. Zorgvuldig en zo laag mogelijk. Het uitgraven van de stengel kan overigens op verschillende dieptes plaatsvinden. De oogstprestatie is het grootst als zo weinig mogelijk grond wordt weggehaald. Dit zogeheten 'blindsteken' heeft echter ook nadelen. De kleinere stengels die vlakbij de oogstasperge opgroeien kunnen er snel door worden beschadigd. Hier tegenover staat het volledig uitgraven van de stengel en haar dan pas oogsten. Deze werkwijze geeft weliswaar minder beschadiging maar levert uiteindelijk ook minder asperges op per hectare.

Toedekken
De roomwitte steel gaat vervolgens in een draagkistje. Meteen hierna wordt de sleuf met aarde gedicht en het heuveltje weer hersteld. Alsof er niets gebeurd is. Het bed is weer keurig opgemaakt. Zo kan snel een ander barstje in de aarde de komst van een nieuwe asperge aankondigen. Niet zelden net naast de al eerder gestoken stengel.